zondag 1 juli 2012

Koekjes

KOEKJES

Mijn vader zei altijd, als ik op zaterdagmiddag vroeg om nog een koekje bij de thee: op is op. 
Een vreselijk vals antwoord, voor een kind van negen. Aan tafel met het hele gezin, nog minstens een hele kop te hete thee te gaan, voor ik verder kan als indiaan in de tuin. Papa's woorden betekende zoiets als: je mag nog wel een biscuitje pakken, of twee zelfs, maar weet dan dat deze morgen op zijn. En morgen drinken we wel wéér thee om drie uur, dus...

De helft van de tijd koos ik er voor om de koektrommel gauw dicht te doen. Dat bewaart makkelijker voor later. Hoe kan het dat mijn familieleden zo rustig keken naar dit blik met vrolijk gekleurde bloemen erop? Hadden zij niet ook dezelfde urgente drang naar méér, naar het opeten van al die zaligheden en zoetigheid in die verdomde vrolijke trommel op tafel? Zij spraken rustig verder, over vakantieplannen of weekenddingen. Maar een goed gesprek was voor mij nu onmogelijk.
Zelfbeheersing en directe afleiding waren nu eerste vereisten. Morgen zou ik trots zijn, nam ik mij voor.
 “Ik ga de achterwerk van de VPRO-gids nog een keer helemaal lezen, nu!”. De regel was dat we aan tafel niet lazen of tetris speelden op onze kleine spelcomputertjes. Maar mijn ouders moeten de noodzaak hiervan nu op een of andere manier wel hebben ingezien, en misschien ook wel de daadkracht die schuilging achter mijn daad, want ze gaven me deze middag geen commentaar.
De andere helft van de tijd had ik na het antwoord mijn mijn vader minder vooruitdenkend vermogen. Of het ontbrak me simpelweg aan vechtlust, verstand of een VPRO-gids. Een flitsende discussie over cowboys had me kunnen redden door mijn concentratie op te eisen. Een ruzie met mijn zus zeker ook. Maar de familie sprak kalm en gezapig over vouwwagens, tenten en snelwegen, rustig nippend van hun Earl Grey.

Toegeven aan zin is heerlijk, hemels, De bevrediging van zo'n hap zoete koek is intens. De geur van dat stuk godenspijs, vlak onder mijn neus. De kriebel van koekkruimels op mijn tong! Het genot van een kunstmatig roomboterig vanillesmaakje!
Maar de opluchting en de verzadiging, zij duurde.. zo kort. 
Ik likte mijn vingers af, en nog eens. Ik spoelde mijn mond met een te grote slok thee, brandde mijn tong. Gelukkig, de zin was toch wel over nu. Thee, ja, denk aan thee! Drink je thee!

Maar de thee had zo'n rare nasmaak, een beetje bitter. Er doorheen proefde ik nog een laatste restje suiker. Dat was lekker.
Er zat niets anders op: een volgend koekje pakken, door de helft breken, langzaam in mijn mond stoppen, heel geduldig kauwen. Ik probeerde zo uitgebreid mogelijk van deze -de laatste- hap te genieten.
Er lag nu nog een slecht doormidden gebroken deel voor mij op tafel. Die kon ik niet terug stoppen natuurlijk, dat zou raar zijn.

Terwijl mijn zus meebesliste over vakantiebestemmingen, had ik nog maar oog voor één ding. Ja, het hek was van de dam. Meer en meer koekjes verdwenen uit de trommel. Steeds minder opvallend probeerde ik aanwezig te zijn. Ik luisterde allang niet meer naar de mijn moeder die betoogde waarom Italië dit jaar de bestemming van haar dromen was. Mijn hand bewoog ik traag, in de hoop dat niemand zich stoorde aan mij. Ik kauwde voorzichtig, stiekem snoepend maar in het volle zicht van mijn ouders. Ze zeiden niets, ze wisten wat komen zou.

Morgenmiddag had ik spijt. Voor zichzelf braken ze een nieuw pak stroopwafels aan. Nog zonder echt te kijken wist ik mijn vaders grijnzende blik op mij gericht. Soms voegde hij zogenaamd bestraffend de woorden "Ja, dame..." toe. Dat was niet nodig, ik sudderde al in zelfverwijt en jaloezie. Mijn ouders leken een beetje gelukzaliger dan gister, alsof ze blij waren dat ik weer een lesje had geleerd.
Gelukkig deden we die hele theeceremonie met lekkers alleen in het weekend. Twee middagen die twee uitkomsten kenden: ultieme zelfbeheersing op zaterdag en trots op zondag of... het onverzadigbaar verlangen naar méér en de kwelling van eigen keuzes. Ik leerde het nooit.

Ik had ook gemist waar deze zomervakantie over zou gaan. Niet luisteren is ook niet mee kiezen. Maar waar we ook zouden gaan kamperen, ik hoopte op een plek met een fijne bakkerswinkel en een nieuwe filosofie: in het buitenland is op niet op, daar is méér koekjes méér vreugd. Desnoods leerde ik van tevoren in het Spaans om "een heleboel galettas, por favor" te vragen.

Eerdere posts

In de kast

IN DE KAST 3/4/2014 Inspiratie om te schrijven komt uit de kleinste dingen. Ik vertelde Mo over deze plek van 250 woord...

Langer geleden