Er was iemand met wie ik altijd indianen was, galopperend over de fietspaden op stalen mustangs met bagagedragers.
Er was iemand die wegliep van huis, met een pakje Sultana's en een kussen om op te kunnen slapen vannacht.
Er was iemand die binnen een uur weer terug thuis aanklopte, omdat het kussen nat was geworden van het bankje buiten.
Er was iemand die zag: de dingen in de wereld zijn zo mooi, zó bijzonder, dan moet je wel geloven dat er een god bestaat, wat precies hetzelfde was als ik vond maar het tegenovergestelde van wat ik dacht.
Er was iemand die mij troostte door te schrijven dat ondanks de regen er altijd ergens zonneschijn is. En dat de plantjes blij zijn met de regen. Ik antwoordde iets met regenbogen, maar dat vond hij zoetsappig van me.
Er was iemand die op straat "ik zie, ik zie wat jij niet ziet" speelde, en mijn voorbij wandelende rechterschoen als "wat" koos.