zaterdag 18 mei 2013

missie

MISSIE
17 May 2013

Mijn moeder is nog altijd mijn dagelijkse bron van inspiratie. Minstens twee keer per week, als ik afwisselend in mijn joggingbroek door de supermarkt slof of juist op mijn slippers langs de kant-en-klare saladeschotels huppel, denk ik aan mama: de officier van mijn opvoeding.

Een gezin runnen, een man en kinderen dagelijks gezonde kost voeren, zuinig leven en niets verspillen was wat mijn moeder betreft een kwestie van strategie. Met militaire precisie volgde zij, en ik, een regime van regelmaat en reinheid. Zelfs in mijn huidige huishouden van één ben ik lang niet zo overzichtelijk als mijn moeder de vrouw. 

Eén keer per week deed zij inkopen voor het hele gezin. Ze gebruikte dan de familievriendelijke stationwagon als tank, van en naar het winkelcentrum. Het bewijs van mijn stabiele jeugd is dat ik consequent met mijn moeder meeging naar de supermarkt. 
Onder haar leiding ging ik als soldaat mee op missie. Tot mijn zeventiende duwde ik zonder morren het winkelwagentje over ons vaste parcours, al wilde ik in de laatste jaren wel persé lipgloss op voor de jonge vakkenvullers.
De helft van mijn opvoeding ligt op het grondgebied van de Hoogvliet, tussen de aardappelkroketjes en Vienetta ijstaart. Die aten we trouwens alleen met Kerstmis.  
 
Door de jaren heen leerde ik het systeem van de gangpaden kennen, net als de exacte aanvalsroute van mijn moeder. Veel is pragmatisch als een ontruimingsprotocol: Nooit eerst bevroren goederen inslaan; spinazie-a-la-crème is veranderd in groene diarree bij de tijd dat de caissière om je pinpas vraagt.
Altijd secuur controleren of in een sixpack eieren wel echt zes ongeschonden eitjes zitten; je wilt niet thuiskomen en betaald hebben voor zes vakjes slijmerige schilfertjes.
Zuinigheid is sanctus; bier voor papa wordt per pallet gekocht tijdens de supermegabonusaanbieding van een willekeurige brouwer.
A-merken zijn regelrechte geldklopperij; crackers van merk Kiva3 Krak zijn net zo zoet als de Sultana's van mijn schoolvriendinnen.

Natuurlijk ben ook ik een hyperactief sensatie-, geur en kleurbelust kind geweest. Dan vergat ik tijdelijk mijn rol in de landmacht. Op de kritieke kleuterleeftijd vond ik in elke categorie proviand wel iets dat extra vrolijk verpakt was, hysterisch oplichtte of sensationeel zacht was met vrolijke puppy's erop. Maar dat alles lieten we liggen. Het doel is helder en onze opgaaf duidelijk: we zullen niet vallen voor de verleidelijke vijanden van hebzucht en watertanden.  

In willekeurige volgorde kwamen hier veel pedagogische aandachtspunten aan bod. Van hebberig huilen tot stampvoetend mijn aftocht blazen, het hielp niets. Ik kreeg geen enkele inspraak en werd geroepen te blijven bij mijn ene waardevolle taak: het duwen van de kar, recht vooruit en zonder omkijken. 

Na zo'n missie met mama hielp ik thuis om de koelkast en voorraadkast weer vol te proppen met onze vangst. De logica was ook hier weer strak maar simpel:
Verse groenten die het eerst op moeten, eten we vandaag en morgen. Dat zijn dus de sla, tomaten, champignons, broccoli en het soort groenvoer dat tot zwarte moes vergaat na een week onderin de groentela. Daarna kunnen onze manschappen drie dagen doorkauwen op prei, sperziebonen en courgettes; die blijven iets langer behapbaar.
Tenslotte draaien we eens een pot conserven open, en combineren dat met de oudbakken aardappels, winterpenen en uien van onder het trapje: die jongens bleven van mijn peuter- tot mijn pubertijd goed in de donkere kelder.

Nu ik terugkijk op al die militaire operaties, zie ik dat het erg heilzaam voor mij is geweest. Met of zonder beraad: ik leerde een coulante alleseter te zijn, die geen waarde hecht aan gouden randjes. Ik zet tegenwoordig nadrukkelijk in mij CV dat ik orders kan verstaan.
Nee, ik mocht niet gillend rondrennen in het gangpad vol gevulde koeken. Ik mocht geen botsauto spelen met de karretjes van andere expeditieleden, onbekende winkelaars die wél de vanille-ijstaarten insloegen. Ik heb nooit chipszakken laten ontploffen of als een bezetene met toffees staan strooien. Uiteindelijk klaagde ik zelfs niet meer over de kleffe Krak-crackers.
Pas nu ik twintig jaar ouder ben, en doelloos door de gangpaden slenter, neem ik soms het gore lef om met mijn vingers door de verpakking heen een paar Mini-Marsjes tot meuk te kneden.

Alles wat ik niet mocht van mama, hoefde blijkbaar ook niet. Ik was eigenlijk heel tevreden, de kar sturend, met of zonder die kokette aardappelkroketjes. Ik mocht elke week mijn moeder in volle glorie zien optreden als mijn gezagvoerder. Ik hoorde ontegenzeggelijk bij haar missie. Dat was voor deze soldaat genoeg.

Deze column verscheen eerder op Flexitarier.nl


Eerdere posts

In de kast

IN DE KAST 3/4/2014 Inspiratie om te schrijven komt uit de kleinste dingen. Ik vertelde Mo over deze plek van 250 woord...

Langer geleden