AARDAPPEL
30 October 2012
Tuinieren vind ik een beetje een bejaard woord.
Het klinkt als kruiswoordpuzzelen in een oudroze fauteuil, terwijl op de achtergrond Omroep Max aanstaat. Hardop zeggen dat je het doet, doet niemand. "Ik ben aan het tuinieren" is zelfs in mijn omgeving, van overwegend crea, bio, vega en ander kunstzinnig volk, geen excuus om de telefoon niet op te nemen.
Ikzelf heb geen tuin. Wel hebben we een brandtrap die vanuit de keuken in zeven stalen treden naar een klein binnenplaatsje onder zeeniveau leidt. Een mistroostig stuk aarde waar geen zonlicht komt. Er groeit niets dat de naam tuin verdient.
Er staan wat bloempotten die ooit decoratieve waarde hadden, drie slecht onderhouden struikjes en er is een vierkant stukje grond met onkruid. Daarnaast, op een betegelde strook die aan alle kanten omgeven is door muren, staat een groen uitgeslagen plastic tuinset. Eind vorige eeuw in de uitverkoop gekocht bij de iedereen wel bekende doe-het-zelf-zaak.
Omdat ik vandaag nergens naartoe ga en het zachtjes maar onophoudelijk regent, verveel ik mij als vanouds. Alsof ik vakantie heb en al mijn vriendinnen op ponykamp zijn, maar dan twintig jaar later. Gelukkig deel ik dit huis met drie huisgenoten. Dat staat garant voor vele uren onverwacht plezier, zo ook vandaag.
In de groezelige keuken vind ik een aardappel. Niet van mij, vast van buurman J. In het rieten mandje naast onze gedeelde verzameling olijfolie en ketjap, ligt het oude exemplaar te verschrompelen in een ecologisch stilleven met uitgelopen uien en groen sprietende knoflookteentjes.
In kinderlijke speelzucht pak ik een lege pot appelmoes en een lepel uit de keukenla. Ik duw de keukendeur open en waag me op de metalen treden. Van onderaan de trap schep ik een beetje aarde in mijn glazen potje, tot vlak onder de rand. Nu al trots op het uitvoeren van zoveel natuurlijke, groene activiteit, beklim ik de trap weer. Dit is dus hoe tuinieren voelt: iets met buitenlucht, miezer en natte aarde.
Terug in de keuken kijk ik nog eens goed naar de oude pieper. Dit wordt niks, weet ik. De kleine kriel, ooit vast "vers, gemakkelijk en smaakvol" bij Albert Heijn, plus een glas vol modderige grond? Dat is niks plus niks. Toch herinner ik mij dat we op school leerden dat mensen zelf groente verbouwen door etenswaren in de grond te stoppen... Ik duw de aardappel met mijn vingers stevig in de aarde.
Ik weet niet wat ik mooier vind: het aangezicht van die rouwrandjes (ik heb getuinierd, ik heb gewerkt als een landarbeider, ik heb mijn handen gebruikt!) of het idee dat ik iets heb gepoot (ik heb getuinierd, ik heb een experiment in gang gezet, ik ben een avonturier en heb mijn kinderlijke blik nog niet verloren!). Beide vervullen mij met groot genoegen. Zou er toch iets groeien deze zomer?
Ik hoop dat iemand me nu gauw belt, zodat ik met vieze vingers kan opnemen en nonchalant kan mompelen dat ik inderdaad vanochtend niet bereikbaar was. Ik was uit tuinieren.